BEN-talk

Het eerste energieneutrale bankkantoor in België

Architect: Netwerk Architecten Vlaanderen

07-01-2019

In 2013 werd het KBC-kantoor in Gooik publiekswinnaar in de innovatiewedstrijd ‘ Challenge 2020’. Ook vandaag nog spreken de scores van dit energieneutrale kantoorgebouw, met een E-peil 1 en een K25, tot de de verbeelding.

 

De no-nonsenseaanpak van Goedefroo + Goedefroo architecten, opgericht door broers Sven en Gunnar  Goedefroo, in combinatie met een sterk multidisciplinair team (architecten, stedenbouwkundigen, ingenieurs en interieurvormgevers) maakt het mogelijk om integraal in te zetten op hun passie: duurzame, creatieve en performante gebouwen. Deze multidisciplinaire samenwerking leidde onder andere tot een energieneutraal kantoor in Gooik dat volledig in zijn eigen energiebehoeften kan voorzien.

 

Werd voorafgaand door de bouwheer een hoog ambitieniveau vastgelegd, of zijn de energiedoelstellingen gegroeid tijdens het bouwproces?

“Op expliciete vraag van de opdrachtgever hebben we zowel voor het volume als het concept op duurzaamheid gefocust. Het ambitieniveau van KBC lag van meet af aan al erg hoog, maar het resultaat overtrof toch nog de stoutste verwachtingen. Het uiteindelijke E-peil voor het bankkantoor bedraagt niet meer dan 1, en in de praktijk is dit een nulenergiebankkantoor. Door het uitgepuurde architecturale ontwerp, in combinatie met een verstandige modulaire inplanting van de technische installaties, kan de indeling van het gebouw op elk ogenblik eenvoudig worden aangepast aan wijzigende gebruikswensen.”

 

Wat waren de belangrijkste redenen van de bouwheer om energieneutraal te bouwen?

“De maatschappelijke verantwoordelijkheid enerzijds en anderzijds de voorbeeldfunctie die de bank zich aanmeet voor de omslag van hun gebouwen naar een duurzamer patrimonium.”

Heeft de bouwheer voor u als architect gekozen omdat uw kantoor gespecialiseerd is in energiezuinig bouwen?

“Ik vermoed van wel. Ons eigen kantoorgebouw werd in 2006 geconcipieerd en was toen al energieneutraal. We hebben verder gebouwd op die ervaring. We bedachten een verder uitgepuurd duurzaam model dat de benchmark kan zijn voor toekomstige energiezuinige bankkantoren , maar in het algemeen uiteraard ook voor andere kantoorprojecten.”

 

Werd er vooral aandacht besteed aan de gebouwschil of eerder aan de integratie van de juiste technieken?

“Dit kantoorgebouw is een ‘actief gebouw’. Het voorziet m.a.w. volledig in zijn eigen energiebehoeften. Om aan de doelstelling van een actief gebouw te voldoen dient zowel de energievraag van het gebouw optimaal beperkt te worden als gecompenseerd te worden door hernieuwbare energietechnieken. Dit energieneutraal kantoor werkt dan ook voor 100% op groene energie. 80% wordt ter plaatse opgewekt door geothermie en zonnepanelen. Daarnaast is dit kantoor grondig geïsoleerd. Vloeren en dak hebben een isolatielaag van 20 cm. De isolatielaag van de wanden is 15 cm dik.

Het innovatieve van dit concept bestaat erin dat de energiezuinige technologieën die in grotere kantoorgebouwen reeds hun nut bewezen hebben (zoals boorgat-energieopslag, betonkernactivering, …) in een vereenvoudigde versie ook toepasbaar en betaalbaar zijn voor een bankkantoor met een veel kleinere oppervlakte. Op uiterst energiezuinige wijze wordt een optimaal comfort gegarandeerd voor de bezoekers en gebruikers.”

 

Welke keuzes werden er gemaakt op vlak van technieken?

“Het kantoorgebouw wordt volledig gekoeld en verwarmd gebruik makend van de inerte betonmassa van het gebouw. Betonkernactivering vormde hierbij het voornaamste afgiftesysteem. De koude- en warmtevraag wordt ingevuld door een bodemwarmtepomp in combinatie met een boorgat-energieopslagveld. Door het gebruik van zonnepanelen voorziet het gebouw in zijn eigen energiebehoefte op een hernieuwbare manier.”

 

In hoeverre beïnvloedde de gekozen technieken het ontwerp of de uitvoering?

“Zo werkt het niet. De technieken bepalen geenszins het gebouw. Het welzijn van de gebruikers staat voorop, samen met het vermijden van de impact van het gebouw op de omgeving. Technieken moeten in se dus low tech zijn.”

 

Werden er tijdens het ontwerp energiegerelateerde simulaties uitgevoerd? Kwamen hieruit specifieke maatregelen voort?

“Bij het maken van enkele bouwfysische keuzes, waaronder een doorgedreven isolatie en drievoudige beglazing,  en voor het ontwerp van de technische installaties van het gebouw werd het architectenbureau uitgebreid  ondersteund door een ingenieursbureau. Dat gebeurde aan de hand van comfort- en energiesimulaties.”

 

Op welk vlak werd er in het ontwerp nog rekening gehouden met een energiebewust en duurzaam ontwerp?

“Het gebouw zelf is compact en eenvoudig opgebouwd.  De indeling in twee zones, een gesloten kern en een vrij indeelbare kantoorzone, maakt het gebouw erg flexibel en bestendig voor de toekomst. Beton, glas en hoogwaardig thermisch geïsoleerd aluminium zijn de belangrijkste bouwmaterialen van het kantoor. Door gebruik te maken van gepolijste betonnen prefabwanden zijn gevelsteen, bepleistering of andere materialen overbodig en wordt er dus sterk beperkt in gebruik van grondstoffen.”

 

“Bij de keuze van onder andere wandbekleding, gipskartonplaten en het meubilair werd dan weer rekening gehouden met het Cradle to Cradle principe. Cradle to Cradle (C2C) is een andere kijk op duurzaam ontwikkelen. Cradle to Cradle bestaat erin producten zo te ontwerpen dat ze van begin tot eind milieuvriendelijk, veilig en herbruikbaar zijn. Het komt erop neer dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product nuttig worden ingezet in een ander product. Er mag geen kwaliteitsverlies zijn en alle restproducten moeten hergebruikt kunnen worden.”

 

Kan u een inschatting maken van de kostenimpact van deze vorm van bouwen?

“De bouw van het kantoor kostte maximaal 10% meer dan een klassiek bouwproject. De meerkost wordt op middellange termijn, afhankelijk van de verdere evolutie van de energieprijzen, teruggewonnen door het beperkte energieverbruik en een efficiënt onderhoud van het gebouw.”

 

Zijn de EPB-eisen voor kantoren op vandaag moeilijker haalbaar met het in het leven roepen van de EPN-methode sinds 2017?  Op wat moet er specifiek gelet worden om aan de eisen te voldoen?

“Natuurlijk niet. Gebouwen mogen geen impact hebben op het milieu, integendeel. Gebouwen moeten kunnen bijdragen tot een betere omgeving. Alle gebouwen die dat niet doen zijn onverantwoord.”

Achter de schermen bij boeiende BEN-projecten.



Alle BEN-interviews